‘Kom jij uit Tilburg?! Wat een verschrikkelijke stad’
Ik keek de 70+ Leidse dame meewarig aan.
‘Als je weet waar je moet kijken, dan zie je het hele verhaal. Daar zit de schoonheid’, zei ik terug.
Ik woon al mijn hele leven in Tilburg, de stad die graag wordt overgeslagen. En lelijk wordt genoemd. Wij Tilburgers maken ook grappen over de architectuur, of het gebrek daaraan, maar wij mogen dat. 😉
Omdat wij ook met liefde en mededogen kijken naar deze plek.
Waarom ik dit zo sterk voel? Dat kwartje viel pas in de vakantie.
Tijdens de feestdagen las ik namelijk Het verdriet van Tilburg van Maarten van Riel, een diep gelaagde geschiedschrijving. De schrijver keert terug naar zijn geboortestad en kan niet langer om zijn eigen familieverhaal heen, want er speelt iets mysterieus dat om opheldering vraagt.
Het is het verhaal over zijn grootvader die zijn leven lang verbonden was met de textielindustrie… en die diezelfde stad uiteindelijk niet overleefde.
Het is ook het verhaal van de stad zelf, waarin de textielindustrie en de rooms-katholieke kerk de dienst uitmaakten. Levens waren doorspekt met schaamte, schuld, angst en verdriet. Maar met minstens zoveel veerkracht en een ongekend vermogen om wat van het leven te maken.
Terwijl ik las leek ik boven de tijdlijn van de stad uit te zweven, naar een totaal andere wereld, slechts een paar decennia geleden. Mensen stonden in de overlevingsstand. Het leven was hard, onzeker en verre van vrij. Natuurlijk was er zorg en toewijding, maar weinig ruimte voor gevoelens. De mantel der liefde bedekte wat eigenlijk gevoeld wilde worden. En soms was die liefde ver te zoeken.
Ik sloot het boek met het besef dat wij misschien wel de eerste generatie zijn die niet hoeft te overleven, maar die ruimte krijgt om zichzelf te ontwikkelen en bewuster in het leven te staan. Te voelen. Te begrijpen wat we meedragen, en wat niet meer hoeft. En dat zonder daarop aangesproken te worden of voor gek te worden versleten. Dat we hier staan is niet vanzelfsprekend.
Dat maakt deze tijd voor mij zo speciaal! Wij hebben kansen die geen generatie voor ons had. Wij hebben de kennis, het vangnet en de taal om er uiting te geven. Al hebben we het voorbeeld misschien niet altijd gehad.
Dat maakt de ouders van nu dé pioniers in bewustwording. Zij herstellen hun binnenwereld en de manier waarop er thuis met elkaar wordt omgegaan en gesproken.
En juist daarom vind ik mijn werk zo mooi. Ik begeleid een generatie ouders die inzicht wil hebben in zichzelf, in de familielijn en in hun kinderen. Zij beseffen dat hun kinderen floreren als zij zelf ook meedoen, door hun eigen stukken te doorleven en meer zichzelf te worden.
En als we dit allemaal doen, kan elk verdriet in elke stad zomaar eens een kracht worden.
PS Mocht de Leidse dame dit lezen: ik stuur je met liefde het boek toe. Wie weet krijgt je wandeling naar het Textielmuseum de volgende keer wat meer kleur.
